donderdag 9 september 2010

Brouwers Tours

Brouwers Tours Noordwijk
HET TOUR- & ARBEIDERSVERVOER
(anno eind jaren ‘60 van de vorige eeuw).

Introductie
Het is internet collega en BOVA-specialist Frans Aangevaare geweest die me via zijn site http://franssphotos.fotopic.net/ mij op het been heeft gezet om eens in de herinneringen te graven. Frans toont in zijn album onder de rubriek “Brouwer’s Tours” verscheidene foto’s van bussen die in mijn tijd aldaar een rol speelden. Een ware opsteker voor mij omdat foto’s maken in die tijd niet of nauwelijks tot de mogelijkheden behoorde, deels door het drukke werk, deels omdat er gewoon niet aan werd gedacht dit soort zaken via de camera vast te leggen. Mede doordat Frans een album maakte over de bussen van BEUK kwamen de herinneringen weer boven drijven. Immers, BEUK was nu eenmaal een concurrent die ook actief was in de schitterende badplaats met de naam NOORDWIJK.!
We zijn Frans Angevaare dan ook buitengewoon dankbaar omdat hij mij weer op het spoor heeft gezet om de herinneringen van Brouwer’s Tours in de jaren 1960 weer op te frissen en eindelijk een aan het papier toe te vertrouwen. Eveneens een woord van dank aan ons teamlid Jack van Nieuwenhuizen die erg veel speurwerk verrichtte om nog wat oude foto’s van de BT-bussen boven water te krijgen.


Een Brouwerse geschiedenis.....
Over veel vervoerbedrijven kunnen we veel vertellen zo ook over de vele particuliere vervoerders. Het Autobusarchief heeft er al aardig wat van op het net gezet doch van één bedrijf weten we niet zoveel. Het gaat over een bedrijf dat heden ten dage volop actief is namelijk Brouwer’s Tours b.v. Over dit 80 jarige bedrijf zal van de laatste 25 jaar wel genoeg te vertellen zijn maar over de jaren zestig uit de vorige eeuw zal dat moeilijker zijn. Omdat ik in die tijd bij Brouwer werkzaam was en wetende dat er uit die tijd bijna niets voor de geschiedenis werd vastgelegd, zal ik trachten via mijn herinneringen wat gedetailleerde flitsen aan het papier toe te vertrouwen. Het doet me dan ook een genoegen om u mee te nemen naar Brouwer’s Tours medio 1960 en het beging van de ‘70er jaren. Het was ook de tijd dat Brouwer’s Tours in de tourondernemer Buitelaar participeerde waardoor diverse bussen in de kleurstelling van Brouwer rondreden met de naam BUITELAAR erop. Het was een tijd waarin tweede, derde en zelfs vierde hands materieel hoogtij vierde en handarbeid en eigen initiatief een grote rol speelde. Ik heb geprobeerd zoveel mogelijk herinneringen zo gedetailleerd mogelijk weer te geven, over de bussen, het werk, de omstandigheden en alles wat er nog bij komt kijken. Door dit verhaal op te tekenen hopen wij mensen te bereiken die ons kunnen helpen met de nodige aanvullingen, foto’s en.... nog veel belangrijker dat de familie Brouwer dit verhaal mag gebruiken om de jongens van Cees Brouwer zich die tijd laten herinneren.
De NZH-4, de latere BT-4.

Het werken bij Brouwer’s Tours was alsof je deel uitmaakte van de familie. Een destijds ouderwets bedrijf, een werkplaats, een spuiterij, een grote vogelkooi, een smederij en een kantoor.
Hard werken, veel lol maar met een steevaste traditie: de tweede helft van de vrijdagmiddag werd het werk stilgelegd, naar kantoor om even bij te praten met een gebakken vis, een zure bom en een biertje. Zo was het leven in die tijd in Noordwijk, een leuke nostalgische tijd die zeker niet in de vergetelheid mag geraken.!
In de statige Voorstraat in Noordwijk (binnen) bevond zich een uit een bollenschuur omgebouwd woonhuis annex spuiterij. Verder was er een magazijn met vele onderdelen daterend van ver de Tweede Wereldoorlog. Aan de Zeestraat bevond zich een grote werkplaats met een werkput, een deel waar de motorrevisie plaatsvond, een onderhoudswerkplaats, een smederij en een kantoor. Naast de garage was er een ruimte waar de trouw/begrafenis auto’s konden worden ondergebracht. Op het terrein voor de garage was bij de ingang een plek vrijgehouden om er bussen te stallen die op renovatie stonden te wachten. Verder was er een afscheidingsmuur waar lange tijd de buiten dienst gestelde Büssing bussen stonden opgesteld en aan de andere zijde van het terrein stond een rij sloopbussen waarvan steeds de nodige onderdelen werden geplukt die nodig waren om de rijdbare bussen gaande te houden. Deze bonte verzameling gebouwen vormde de busonderneming Brouwer’s Tours in de jaren 1960.
Het was in de tijd dat ik bij de tourondernemer Brouwer’s Tours in Noordwijk werkte. Het was een tijd dat het bussenbestand aldaar voornamelijk bestond uit gebruikte bussen. Op het achterterrein stond een rij sloopbussen waaronder de BT-8. (BT- betekent Brouwer’s Tours) Deze bus werd door de medewerkers de “fluwelenbus” genoemd vanwege de fluwelen bekleding van de stoelen. Verder stonden er een tweetal Büssing bussen die buitendienst waren gesteld vanwege terugkerende problemen met de motoren.

Ik herinner me tenminste een vijftal sloopbussen waaronder een Büssing 5000TU, de NB-05-89 met een Den Oudsten carrosserie, de BT-7, een Bedford SBG PB..-..-.. met een Van Rooijen opbouw, de BT-8. Verder stond er nog een bus, een Magirus Deutz, de NB-80-72 met een vreemde opbouw van de firma Hoogeveen, de BT-9.
Verder herinner ik me nog een neusbusje die tussen de sloopbussen stond en gezien de staat waarin deze verkeerde, al heel en heel lang.! Er naar informeren bracht echter niet op. Als ik in het wrak stond was alles met een laag mos bedekt. Ik wist dat het ging om een busje met een Amerikaanse motor. Nader onderzoek leverde de volgende gegevens op: het bleek te gaan om de BT-4, de H 85477, een Studebaker uit 1947 (ex-Citosa-273), eigenlijk gebouwd in 1937.! De opbouw was van Beijnes. Het ging om de ex-NZH nummer 4, die pas in 1969 werd gesloopt. Dat ik dit stukje nostalgie nog mocht hebben meegemaakt doet deugd, een busje uit 1937 dat 32 jaar later z’n einde vond.!
De twee Büssing-bussen die terzijde stonden waren de BT-11 en de BT-12 beiden met een Van Rooijen opbouw. Ze waren van het type TU5 en de BT-12 had het kenteken TB-31-57.
De fraai ogende BT-8.
Verder was er een oude Van Hool van het reisbureau Metaal en een blauw-witte König bus inclusief met een Perkins dieselmotor, die in bepaalde hoeken van het terrein waren gestald.
De “Metaal”-bus was de BT-35, de SB-68-63, een DAF B1500 DL580, een Van Hool Hentocar die bij Metaal onder het parknummer ‘16' reed.
De blauw-witte König met de Perkins diesel was de ex- Van der Werf nummer 11 en stond te boek als de BT-37, TB-18-91. Deze wagen was gebouwd in 1955 maar werd niet meer ingezet.
Het lag in de bedoeling de ex-Metaal bus en de blauw-witte König op te knappen, doch onvoorziene problemen verhinderde dit echter (hier later meer over).

De bussen die in bedrijf waren, waren van verschillende pluimage, de meeste met Leyland , DAF, Bedford en Mercedes-motoren. Verder een leuke bus met een Bedford benzine motor en een grappig Bedfordje met een neusje.
Dit laatste busje was de BT-28, een Bedford van het type J5-LZ1, de UB-98-46 met een opbouw van Smit Appingedam.
Verder was er een leuk busje, de BT-34, een Mercedes van het type O 321H met een Roset opbouw gelijkend aan de BT-26. De wagen had het kenteken TB-75-98 en was gekocht van de firma EVAG waar de bus onder nummer ‘62' dienst deed. De BT-34 bood aan 22 passagiers plaats en was een wagen om met plezier mee te rijden.
Ook op deze bussen komen we in het verloop van dit verhaal nog op terug. Verder waren er nog een reeks bussen aanwezig, weet me nog twee wagens te herinneren met een carrosserie van de firma Smit, de BT-18 (naast de BT-10 een oogappeltje van mij).
De BT-10 was de SB-22-81, een DAF B500 DL580 met een oersterk en degelijk BOVA carrosserie. Deze bus was de ex-Metaal nummer 10 en toeval wilde dat deze wagen bij Brouwer verder ging als de BT-10.!
De mooie BT-10 van BOVA
De BT-18 maakte een wat ploffend geluid in de motor wat veroorzaakt werd door een verbrandde inlaatklep. Op een gegeven moment moest deze bus voor de keuring.... een in die tijd een streng instituut! Dit heeft er toe geleid dat de beslissing viel de bus geheel maar op te knappen. Dit hield in geheel nieuwe beplating, een motorrevisie en een interieur opknapbeurt. Na weken er aan te hebben gewerkt, kwam de wagen als een “plaatje” uit de spuiterij weer tevoorschijn. Het oudste beestje zag er weer als nieuw uit.!
De BT-18 was de PB-38-83, een DAF B1500B/Leyland met een fraaie Roset opbouw.
De meeste wagens werden ingezet op het arbeidersvervoer naar Rotterdam. Een aantal bussen werden daarvoor in Rotterdam en Vlaardingen gestationeerd. Betreffende chauffeurs (evenals de arbeiders één van hen) vervoerden de groepen mensen naar onder andere de Vondelingenplaat, de Botlek en Pernis. Daar waren de mensen werkzaam bij verschillende bedrijven.
Als er een bus door een storing uitviel, of een chauffeur had een vrije dag, dan stoomden wij met een bus vanuit Noordwijk naar Rotterdam om de betreffende ritten te maken. Ik reed veelal met de BT-10. Daarnaast maakte ik met het grappige Bedford busje verscheidene ritten vanuit Noordwijk uit naar Moordrecht om de Molukse arbeiders op te halen die veelal in de vatenfabriek van Van Leer werkten.

Een beroerd bericht.....
En zo kwam het dat we op een dag het bericht kregen dat een groep raddraaiers de BT-18 hadden gestolen, en ermee waren gaan rijden. Maar omdat de bestuurder kennelijk te onervaren was raakte hij de macht over het stuur kwijt en belandde met forse snel in de sloot waarbij de bus behoorlijke schade opliep. De bus werd “total-loss” verklaard en daarmee was ons “plaatje” tot de sloop gedegradeerd.!
De stationering van de bussen in Rotterdam- en Vlaardingen betekende evenwel dat de bussen aldaar onderhoud behoefden. In Noordwijk hadden we daarvoor een Mercedes 190D luxe auto waar achter een aanhanger hing met diverse drum gevuld met dieselolie. Verder de nodige motorolie, water, een hand oliepomp, zeepsop en de nodige bezems. Dit geheel vormde ons mobiele onderhoudsstation. Zo werden de bussen aldaar van het noodzakelijke onderhoud voorzien. Verder werden de bussen terplaatste gewassen, uitgeveegd enzovoort. Bij grotere reparaties en/of keuringen werden de bussen naar Noordwijk gehaald.
    De BT-26 was toentertijd de belangrijkste bus

De BT-26 van Ome Nol.....
De BT-26 was een wagen waarmee chauffeur (en alles doender) Nol Simonus “echte” reisjes maakte. Deze bus viel dan ook buiten het arbeidersvervoer.


De BT-26 was een voor die tijd tamelijk moderne bus, een DAF TB160 DD520, de TB-33-95 met een carrosserie van de firma Roset.
Buiten het werk als chauffeur waren we monteur, plaatwerker, spuiter, taxichauffeur, voor de trouwwagens en zelfs voor begrafenissen. Ja zelfs deden we werk als vuurtorenwachter op de vuurtoren in Noordwijk. De wachter aldaar werkte ook als chauffeur voor Brouwer....en als hij afwezig was moesten wij als vuurtoren wachter invallen met een verrekijker de zee afzoeken en bij onraad een bepaald nummer bellen, wat een ervaring.....!
Wat me nog goed bijstaat over het arbeidersvervoer was de enorme drukte op de weg richting Pernis. Vele vervoersondernemingen, zoals onder andere Koopmans, Snel & Co, Vermaat enz. Zo zag het er medio jaren ‘60 van de vorige eeuw uit. Het arbeidersvervoer waar busondernemers hun bestaan veelal aan hadden te danken.!


De BT-26 had een ander type motor dan de rest van de bussen. Ik herinner me nog dat de chauffeur van de bus ‘Ome Nol’ op een gegeven moment naar ons toekwam met de mededeling dat de motor veel trekkracht had verloren. Gezien de kilometerstand betekende dit dat de motor aan een revisie toe was. En...dit gebeurde juist in het drukke seizoen. Snel werd de bus binnengehaald, de cilinderkoppen gedemonteerd zodat die gevlakt konden worden, het carterpan er onder uit, de zuigers demonteren enz. De cilinderbussen werden vervangen, nieuwe lagerschalen, nieuwe zuigers en zo ging het verder. Deze revisie duurde slechts anderhalve dag omdat we moesten wachten op de cilinderkoppen. Nol was weer dolgelukkig en kon weer met zijn pronkstuk op pad.! De in 1959 gebouwde bus werd in 1976 aan de kant gezet wegens de instroom van moderne materieel.
Het gebeurde op een dag dat één van onze mooiste bussen, de BT-27 een vastgelopen motor kreeg ergens in de buurt van Moordrecht.
In Noordwijk hadden we een overjarig takelwagentje, een Dodge uit 1953 met een benzinemotor van het type zijklepper. Om dit wagentje aan de gang te krijgen moest van alles uit de kast worden gehaald. Maar als het “beest” eenmaal draaide dan was de takelwagen tot alles in staat.
Zo konden we de kreupele bus weer naar de garage slepen waar in allerijl een gereed staande gereviseerde motor konden inbouwen.
In de werkplaats stonden meestal een tweetal gereviseerde motoren klaar voor gebruik en konden direct worden ingebouwd. Dus wat reserve motoren achter de hand was bepaald geen luxe.!
De BT-27 was een DAF B1500 DL580, de SB-60-50 met een opbouw van Van Rooijen.

 Op een rij de BT-32, 27 en de 26.


De ex-METAAL bus & andere feiten.....
Tijdens de lege uurtjes bij Brouwer’s Tours kwam het voor om een bus die was aangekocht, aan te pakken. Zoals al geschreven, terzijde stonden een tweetal Büssing bussen die voor reizen naar het buitenland werden gebruikt. Omdat deze bussen een “underfloor”-motor hadden betekende dat er veel problemen waren met de koeling. Dit probleem was zo groot geworden dat de in het motorblok gegoten koelwaterpijp scheurde. Dit werd dan met een dikke in model geklopte koperen plaat met bouten gerepareerd. Deze reparatie bleek slechts voor korte tijd een oplossing te bieden echter het scheuren van de motorblokken bleek een terugkerend feit te zijn. Toen bleek dat er geen oplossing voor dit euvel te bedenken viel werden de bussen terzijde gesteld.



Verder, zoals hierboven al gemeld, stond bij de ingang van het garage terrein een blauw-witte bus met een uiterst lawaaierige Perkins diesel motor. Deze bus stond op de nominatie te worden opgeknapt wat betekende, nieuwe beplating, een nieuw interieur en een Leyland motor inbouwen. Dat laatste onderdeel bracht veel werk met zich mee omdat veel aansluitingen veranderd moesten worden. Omdat het opknappen een ingrijpend karwei bleek te zijn bleef de bus gewoon op z’n plaats staan, zo lang zelfs dat het voor deze König-bus het einde betekende en tot sloop werd veroordeeld.! De bussen in het wagenpark met een König carrosserie waren enigszins zorgenkinderen. De wagens stonden bekend om hun zwakke opbouwen, veel roest enz. Iedere keer als deze bussen voor de keuring moesten worden aangeboden werden alle aangetaste plekken in de beplating en constructie onderhanden genomen om de wagens weer enigszins toonbaar te maken. Desondanks dit terugkerende euvel kwamen de bussen steeds weer glansrijk door de keuring. De BT-König bussen waren de BT-23, PB-90-56, de BT-25, de SB-16-41, de BT-29, de TB-58-41 en de BT-37, de TB-18-91, de laatste kwam helaas niet meer op de weg en werd naar de sloopplaats gezet.!

Ook stond er op het terrein een fraaie mooie maar wat oude ex-Metaal bus, een Van Hool met veel aluminium aan het carrosserie. Op een gegeven moment moesten wij deze bus maar gaan aanpakken wat betekende nieuwe beplating enz.



Zo kwam het dat de “Metaal”-bus werd binnengehaald en een uitgebreide inspectie volgde daarop. De zijbeplating moest worden vervangen, het aluminium front- en achterzijde waren door corrosie aangetast en de rubbers van de kapruiten verteerd. Dus er was werk genoeg aan deze wagen, maar het model leende zich er wel voor, hoewel de middenstijl in de achterruit wat ouderwets aandeed.! Enfin....de beplating werd eraf gesloopt en de bloot gekomen stijlen werden opgeknapt en met een soort scheepslak behandeld. Na dit werk begonnen we met de opbouw, nieuwe beplating, de corrosie in het aluminium behandelen enz. We waren allen enthousiast over de wagen.! Het enthousiasme werd al snel weggenomen toen er een kink in de kabel kwam: van een andere bus was de versnellingsbak defect geraakt waardoor de versnellingsbak van de ex-Metaal bus moest worden verwijderd om de defecte bus weer rijklaar te maken. Zodoende kwam de half opgelapte Metaal bus weer buiten te staan. Ook de motor van deze bus zou worden gedemonteerd maar daarover later meer in dit verhaal. Het betekende overigens wel het einde van deze fraaie bus en werd eveneens als de König tot sloop veroordeeld.!

Verder heb ik, voor zover mijn herinneringen na bijna 40 jaar me niet in de steek laten de volgende bussen meegemaakt: de BT-15, 16, 17, 19, 20, 21, 23, 24, 25, 27, 29 en de 31 t/m 38. Zeker zal ik enkele bussen hebben vergeten vandaar wij een dringend beroep doen op een ieder die ons wil helpen in de vorm van foto’s uit die tijd om dit verhaal completer te maken.

Stuur uw bijdrage dan aan cartabo-1@ziggo.nl Wij zijn u dan zéér dankbaar.!
  De fraaie Buitelaar nummer 27.

 
De “Rock-and-Roll”-bus....
Dat er ingrijpend werk werd gedaan blijkt wel uit het feit dat de “Rock-and-Roll”, een bus met bonte bekleding, in de garage werd binnengehaald. De bus was afgekeurd vanwege het feit dat de dwarsliggers van het carrosserie waren doorgeroest. Dat betekende een ingrijpende klus, het verwijderen van het interieur, de vloer eruit en de dwarsliggers een voor een vervangen. De opbouw van de bus werd opgebokt, de liggers eruit snijden en de nieuwe plaatsen. Dit was overigens een nauwkeurig klusje, maar het lukte wel. Na dit werk werd alles weer opgebouwd en kreeg de bus een nieuw, en wederom een bont gekleurde bekleding zodat de bijnaam van de bus gehandhaafd bleef.



Deze bus was de BT-24, de SB-65-17, een DAF B1500 met net als de BT-18 een Roset carrosserie.

Zo werd er met een handje vol mensen veel werk verricht om de bejaarde bussen nog wat langer op de weg te houden.

Het is leuk weer eens in de herinneringen te graven en terug te kijken naar een tijd waar we alles zelf deden. Oh....die goede oude tijd.! En....laten we ook iets zeggen over het drukke verkeer van destijds. Dat men had begrepen dat het woon- werkverkeer van en naar de Botlek qua verkeer steeds grotere problemen met zich meebrachten, kwamen er ook steeds meer groepsvervoerbussen naar deze industrie. Desondanks stond men lang in de file vooral omdat de aan- en afvoerroute nogal aan de smalle kant was waarin eveneens een brug was gesitueerd die op de meest onmogelijke tijden langdurig openging.

En....in de file staand had je de tijd om een en ander te observeren zoals de oude bussen van onder andere de firma Koopmans, Snel & Co, vreemde voertuigen van bedrijven waar je nog nooit van had gehoord, de donkere Volvo’s van Van Gog en de diverse oude bussen van Vermaat waarop een tweede carrosserie was geplaatst. De oude kenteken nummers beginnende met NB..... en PB.... berieden de ouderdom. Verder weet ik nog dat er een aantal zéér oude bussen van particuliere ondernemers uit alle kanten van Zuid-Holland, Zeeland en Brabant kwamen. Dit waren de dagelijkse realiteiten uit medio zestiger jaren van de vorige eeuw.

Het is bijna veertig jaar geleden dat ik deze zéér helder voor de geest staande herinneringen aan het papier toe te vertrouwen om U een idee te geven hoe het toe ging in die tijd.!|


Leuke anekdoten.......Verder toch nog enkele leuke anekdoten: op een dag moest de BT-10 op de werkput, een krukaslager had de geest gegeven. En....dit gebeurde juist op een moment dat er geen gereviseerde motoren meer voorhanden waren, dus moest er snel een oplossing worden gevonden.! De BT-10 had een DAF-motor van 120 pk. Cees Brouwer ging dus op pad om een goede motor te vinden en kwam na enige tijd terug met een kiepwagen op een DAF-chassis. Deze wagen bleek een goede motor te hebben van 100 pk.! Volgens plan demonteerde we de motor uit de kiepwagen en plaatste we die in de BT-10. Nauw die klus was geklaard...maar ik mocht het spits afbijten en een rit maken naar de Vondelingenplaat in Rotterdam. Wat een tegenvaller..!!!!! Die 100 pk waren niet toereikend voor een 12 meter bus. Het vermogen was te gering om de soortgenoten bij te kunnen houden, uiterst traag en totaal geen trekvermogen. Dus maar weer de garage opzoeken de motor demonteren en terugplaatsen in de kiepwagen zodat die weer terug kon naar zijn oorspronkelijke eigenaar. Maar wat nu.? De “Metaal”-bus stond nog op het terrein, met zijn nieuwe beplating en “tijdelijk” ontdaan van zijn versnellingsbak. Met enige teleurstelling kregen we te horen om uit de “Metaal”-bus de motor te demonteren en die in de BT-10 te plaatsen. Na deze klus reed de “10" weer als vanouds doch voor de “Metaal”-bus was definitief het doek gevallen. Hij kwam voorgoed aan de kant te staan.! Op deze wijze werd het buswagenpark in de vaart gehouden.

De ex-Brouwer 28 staat klaar om naar Suriname te worden verscheept.

De ex-Bouckaert ‘10' kwam in 1966 naar Brouwer’s Tours waar de bus als de BT-21 in dienst kwam. Dit was een Bedford met een benzinemotor met kenteken RB-26-48 met een degelijk BOVA carrosserie. Deze bus was in 1956 gebouwd en werd pas in 1972 terzijde gezet. Ik kan me nog de dagen herinneren dat ik als reserve chauffeur met deze bus diverse ritten van en naar de Botlek mocht maken. Daar dit de enige bus was met een benzine-motor kan ik wel zeggen dat het een genot was om met deze wagen te rijden. De bus trok snel op, de motor maakte weinig lawaai en rook nu eens niet naar diesel.!
Het was ook de enige bus die we gewoon bij een tankstation moesten aftanken omdat de servicewagen onderweg alleen de diesels vanuit drums en handpomp werden bijgetankt. Toch heeft deze bus het 16 jaar uitgehouden een wagen met een opbouw dat deed denken aan de beginjaren 1950.! Opmerkelijk was wel dat deze bus veel minder onderhoud behoefde dan de rest van het wagenpark.
Verder was er de Volvo B657, de BT-15 met een opbouw van Jongerius. Deze bus met een “underfloor”-motor bood ruimte aan 45 passagiers en was sporadisch in Noordwijk te zien. Deze bus werd ingezet op het vervoer van Spaanse gastarbeiders. Vele trips heeft deze bus gemaakt van en naar het Spaanse Malaga totdat de wagen in 1969 werd verkocht aan de firma Snel & Co waar de wagen als de ‘133' in dienst werd gesteld.

Het gebeurde wel eens dat we met spoed naar Vlaardingen moesten. De bussen aldaar stonden aan de haven gestald. Maar als er hoogwater was met de nodige storm kon het gebeuren dat de kade aldaar onder water kwam te staan wat betekende dat de bussen gevaar liepen door het stijgende water. Er op uit dus, op naar Vlaardingen om de bussen naar hoger gelegen plaatsen te brengen. Zulke aangelegenheden brachten altijd wel wat spanning met zich mee.
Zoals eerder in dit verhaal al genoemd keren we terug naar de BT-28, het grappige Bedfordje met neusje. Dit wagentje had een brede opbouw en een smal front. Als chauffeur zat je bijna in het midden van de wagen. Met de motor hadden we een probleem vanwege enorme onderdruk. Om de rook weg te moffelen bouwden we een pijp om de rok aan de onderzijde van de bus af te voeren maar bleek geen goede oplossing. De motor dus maar demonteren. Overmaat lagerschalen, een stukje van de lagerschaalhuizen er af schaven, met alle risico’s van dien, en de zaak weer monteren. Zo gezegd, zo gedaan. De motor werd weer ingebouwd, aangesloten en dan het lang verwachte moment de motor starten. En....buiten alle verwachtingen, het ding draaide als een naaimachine, de onderdruk was verdwenen en het busje kon weer aan het werk voor het halen en brengen van de Molukse arbeiders van en naar Pernis en Moordrecht. Omdat het busje slechts 30 zitplaatsen had is de wagen al na twee jaar dienst weer van de hand gedaan.
In de tijd dat ik met het neus-Bedfordje van Moordrecht naar Pernis v.v. reed was dat in een tijd dat de Molukse gemoederen nog enigszins verhit waren. De treingijzeling lag nog vers in het geheugen. Het was juist het feit dat betreffende groep Molukse arbeiders in een aparte wijk in Moordrecht hun woning hadden. In de bus werd er vaak over de RMS gepraat, soms schreeuwden zij luidkeels allerlei leuzen en er werd vaak gezongen. Ondanks deze wat gespannen sfeer mag ik stellen dat het toch plezierig was deze groep mensen naar de vatenfabriek te vervoeren. Zij straalden een bepaalde warmte uit die ik niet snel zal vergeten.!
De BT-38 op het achterterrein in Noordwijk.


Andere werkzaamheden.......
Een uitstapje was er als ik een dag de werkplaats kier voor wat het was om een dagje met een groep schoolkinderen op pad te gaan naar De Efteling. Meestal deden we dat vervoer met meerdere bussen van andere ondernemers wat betekende een dagje uit voor de kinderen maar ook voor de chauffeurs. Deze ritten betekende wel na afloop met een borstel de bus wassen, de asbakken legen en uitvegen. Motorolie controleren, water bijvullen (koelvloeistof kenden we in die tijd nog niet) en aftanken zodat de wagen weer gereed stond voor de volgende dag.
Een apart onderdeel bij dit bedrijf waren de banden. De banden die wat waren versleten werden met een apparaat opgesneden zodat er weer wat profiel was waarmee weer een aantal maanden kon worden gereden. Voor de rest werd er gewerkt met banden met een nieuw loopvlak die meestal op de voorwielen werden gemonteerd.
Eén opmerkelijk feit staat me nog goed voor de geest. De meeste bussen uit die tijd waren rijkelijk van chroom lijsten- en strippen voorzien. In de loop van de tijd verdween het chroom wat de bussen een wat armoedig uiterlijk gaven.


Zo rond een grote opknapbeurt werd het chroom gedemonteerd en bij een verwerkingsbedrijf van een nieuwe chroomlaag voorzien. Op die wijze gingen de pronkende bussen voor de keuring en konden dan weer een tijdje mee.
De bussen waren in een wijnrode kleur gespoten, afgezet met een donkerrode bies onder de sierlijst waarbij de raampartijen in een crème kleur werden geschilderd. Verder kregen de wagen bijna onderaan de beplating een brede crème bies opgeschilderd. Het oogde voor die tijd fraai, een visitekaartje voor Brouwer’s Tours in Noordwijk.!
Zelfs de eerder genoemde oude takelwagen moest er aan geloven. Jarenlang stond dit werkpaard buiten blootgesteld aan de zoute zeelucht. Dat bracht er ons toe het beestje binnen te halen, hem een grote beurt te geven en natuurlijk een schilderbeurt alla Brouwer’s Tours kleuren. De BT-kleurstelling, waarbij de kraan grijs werd toverde dit wagentje om in een robuust werkpaard dat herkenbaar was aan de firma Brouwer’s Tours in Noordwijk en het oogde perfect.!
Brouwer’s Tours beschikte over een aantal oude verlengde trouw/begrafenis volgauto’s die gezien hun leeftijd van ruim tien jaar het nodige onderhoud behoefden. Deze wagens hadden een zwarte kleur. Een uitspringer was een uit 1957 stammende Chrysler Sedan, eveneens zwart van kleur en eigenlijk niet om aan te zien. Op een gegeven moment werd besloten de wagen in een crème kleur te spuiten. Dus we gingen aan de gang.... een wonder was geschied, het chroomwerk kreeg een beurt, de auto werd op fraaie wijze gespoten en nadat alles weer was opgebouwd leek het alsof deze Amerikaan zo uit de showroom te voorschijn kwam. Zo hielden we het hele wagenpark gaande als een soort uitdaging om het zo mooi mogelijk te doen.
Voor de taxi's beschikten we over een aantal Mercedessen. Een oude 180D, een 190D oud model en twee 190D wagens van een wat recentere datum. Deze twee laatste wagens waren al redelijk op leeftijd en moesten ingrijpende opknapbeurten ondergaan. Nieuwe dorpels, nieuwe zelfgemaakte deurbakken enz. Zo kregen we dan toch een leuk uitziend wagenpark inclusief de oude Vauxhall Velox van opa Brouwer.!

Bart R.

Aanvulling Brouwer’s Tours.
Naar aanleiding van ons verhaal over mijn werk bij Brouwer’s Tours toch weer enige aanvullingen.
Op de eerste plaats kregen we een tijdje geleden, naast de foto’s van Frans Angevaare, ook een aantal fraaie foto’s van ons teamlid Anderé van Zutphen. Deze foto’s vormen een leuke aanvulling.
Verder enige tekeningen van de eerste bussen uit het tijdperk van Brouwer.
Deze tekeningen zijn heel belangrijk omdat we eindelijk wat tastbaar materiaal hebben om even terug te kijken naar de tijd van toen, de tijd van opa Brouwer.

Blijf insturen wij zullen alles op nemen en we kunnen al meedelen dat de familie Brouwer erg blij is met deze geschiedenis op internet.



Tweede aanvulling Brouwer’s Tours.
Een tweede aanvulling bereikte ons. Broer Brouwer had een reisbureau annex touringcar onderneming in Lisse. Deze tak Brouwer had niet veel bussen maar onder de naam Het Centrum waren het over het algemeen nieuwe bussen die er altijd in showroom staat uitzagen. André van Zutphen stuurde ons enige tijd geleden een aantal foto’s van deze bussen die wij u natuurlijk niet willen onthouden.

Bart R.

KLIK HIER om de aanvullende foto’s te zien uit het geweldige archief van A.D.van Zutphen.

Nawoord......
Mocht dit verhaal U hebben aangesproken, heeft U in die tijd dezelfde ervaringen hebben opgedaan, schroom dan niet dit naar ons op te sturen. Ook zijn we benieuwd naar ervaringen van chauffeurs, monteurs, plaatwerkers van bijvoorbeeld van bedrijven als Vermaat, Van Gog, Snel & Co en Koopmans. Aan de hand van die aanvullingen kunnen we dit plaatje van toen alleen maar beter aanvullen.
U kunt alles kwijt door uw bijdrage te sturen aan cartabo-1@ziggo.nl


Het team van Het Autobusarchief zit er voor klaar en zal al uw inzendingen zorgvuldig opnemen.
Bij voorbaat hartelijk dank voor de te nemen moeite.
Jack van Nieuwenhuizen.


KLIK HIER voor een leuke aanvulling.

Aanvulling:


Beste mensen,
Soms duren wonderen wat langer maar komen toch wel eens uit. In het verhaal over Brouwer's Tours komen we een tekening tegen van een Dodge (?) als de BT nummer 1. Ik persoonlijk heb daar nooit een foto van gezien. Maar.... Jack van Nieuwenhuizen wist een oude foto van wijlen Jan Voerman te vinden handelend over de NZH-186. Maar bij bestudering van de foto zijn we er achter gekomen dat achter de NZH-186 inderdaad de P.Brouwer's nummer 1 staat afgebeeld. Dit is weel unieke ontdekking die beslist in het verhaal thuishoort. We hebben van betreffend busje een vergroting gemaakt, hoewel de kwaliteit wat achteruit is gelopen, zodat we toch de wagen beter kunnen bekijken. Ook zien we de bedrijfsnaam aan de zijkant van de bus opdoemen.


Zo zien we maar weer, met veel geduld duiken er toch steeds weer leuke zaken op die de geschiedenis steeds weer een beetje verder op weg helpen.

Groetjes,
Bart R. & Jack van Nieuwenhuizen.

KLIK HIER voor een wagenparklijst.
KLIK HIER voor de BT-8, een benzine Bedford bus.
KLIK HIER voor een kort overzicht over de Gebr. Buitelaar.


De Metaal bus, wie en wat.?
Onze speurtocht naar de geschiedenis van Brouwer's Tour werpt soms vruchten af. We vonden een foto van een Van Hool bus met een grote gelijkenis van de wagen waarover we (zie hieronder) aan de hand van herinneringen hebben geschreven.
Wellicht zal het bezoekers inspireren hun herinneringen aan ons toe te vertrouwen, wie helpt ons verder.?

Zo kwam het dat de “Metaal”-bus werd binnengehaald en een uitgebreide inspectie volgde daarop. De zijbeplating moest worden vervangen, het aluminium front- en achterzijde waren door corrosie aangetast en de rubbers van de kapruiten verteerd. Dus er was werk genoeg aan deze wagen, maar het model leende zich er wel voor, hoewel de middenstijl in de achterruit wat ouderwets aandeed.! Enfin....de beplating werd eraf gesloopt en de bloot gekomen stijlen werden opgeknapt en met een soort scheepslak behandeld. Na dit werk begonnen we met de opbouw, nieuwe beplating, de corrosie in het aluminium behandelen enz. We waren allen enthousiast over de wagen.! Het enthousiasme werd al snel weggenomen toen er een kink in de kabel kwam: van een andere bus was de versnellingsbak defect geraakt waardoor de versnellingsbak van de ex-Metaal bus moest worden verwijderd om de defecte bus weer rijklaar te maken. Zodoende kwam de half opgelapte Metaal bus weer buiten te staan. Ook de motor van deze bus zou worden gedemonteerd maar daarover later meer in dit verhaal. Het betekende overigens wel het einde van deze fraaie bus en werd eveneens als de König tot sloop veroordeeld.!
De “Metaal”-bus was de BT-35, de SB-68-63, een DAF B1500 DL580, een Van Hool Hentocar die bij Metaal onder het parknummer ‘16' reed.

Terug naar de roots..

Oh die vijftiger jaren: een volprezen leuze hoorbaar in de huidige tijd waarin elektronica en gejaagdheid de boventoon vieren. Dit keer wat meer over de scholen van vroeger, de zwembaden en al wat niet meer. Voor de oudere Leidenaars zal dit verhaal erg te herkennen zijn. Maar laten we wederom zo’n 50 jaar teruggaan in de tijd. Zoals al in diverse verhalen opgeschreven was voor ons jongeren in die tijd de tram, bus, fiets en benenwagen de belangrijkste vervoermiddelen in die tijd. Een enkeling bezat een “automobiel”, zoals dat zo plechtig werd genoemd.
In eerste instantie bracht ik mijn kleutertijd door op een nonnenschool, Sint Barbara aan het Levendaal in Leiden. Deze school was een echte kleuterschool, iets dat me nog heel duidelijk voor de geest staat en hoe ik bijna dagelijks met moeder in de tram van- en naar school moest. Later naar de grote school, daarheen verhuisde ik, een houten prefabschool van Finse makelij aan de Francimonlaan. Voor deze school was een remedie, de benenwagen. Daar werden we klaargestoomd onder streng toezicht van de juffrouws Debets en Raaphorst, de heren Kapitein, Rotteveel, Hokxs en diverse andere leraren. Vanuit die school volgden we enige lessen aan een school aan de Herenstraat. Dat was toen een leuke tijd en natuurlijk een leuke onderbreking van de lessen om van de ene naar de andere school te moeten. Bij slecht weer mochten we dan bij hoge uitzondering met de Eltaxbus reizen, echter bleek de benenwagen bijna altijd een dagelijks terugkerend ritueel. Na de jaren werd ons geadviseerd verder te gaan in het Montessorionderwijs en zo kwam ik terecht op een school aan het Schuttersveld in Leiden, op een steenworp van het Station gelegen.

Leuke ouderwetse foto’s: geheel links de kleuterschool waar ik een tijd doorbracht. Het is de St. Barbaraschool aan het Levendaal. In het midden een tekening van de Schuttersveldschool met daarnaast een foto waar we geheel rechts nog een stukje van de school kunnen zien. Rechts een van de bussen van de Eltax die ons naar het station in Leiden bracht.

De school aan het Schuttersveld was heel anders. Met mooi weer was het fietsen geblazen maar werd het wat minder dan kreeg ik een knipkaart om van de Eltaxbus gebruik te kunnen maken en soms was de NZH-tram een noodzakelijke optie. Nu moet me iets van het hart. In die tijd was voor ons kinderen het zo dat een zitplaats een bijna onneembaar object was. In bus- en tram waren altijd veel oudere reizigers en… die behoorden een zitplaats te hebben. “Opstaan voor ouderen” was het motto. Vooral in de tram deed deze regel zich gelden, dus een staanplaats op het middenbalkon was toen een vaste plaats geworden. Het Schuttersveld had overigens wel veel voordelen voor ons. In die periode had ik een schoolvriend die in de Wagenstraat woonde in het Spoorkwartier aan het Station precies tegenover de standplaatsen van de trams. Het was een oud wijkje waar in die tijd al met de afbraak begonnen was. Zo kon ik dus na school enige uren in die buurt blijven onder het mom van bij een vriendje spelen.! En dat deden we…. Slenteren langs het busstation, paraderen tussen de tramwagens, een perronkaartje kopen en op die manier de treinen voorbij zien te gaan. De tramremise van de NZH aan de Rijnsburgerweg was altijd een spektakel maar dat kon je dan alleen vanaf de spoordijk bekijken.


Oud-Leiden. Links het oude inmiddels verdwenen Spoorkwartier. Een mooie foto van het Leidse station in vroeger tijden, de NZH bussen zoals die vele jaren het straatbeeld hebben bepaald en…. het openlucht zwembad De Zijl, een begrip voor menig Leidenaar die er meet weemoed naar zal terugdenken.

Naast de NZH zag je op het station de gele HTM-trams uit Den Haag, de mooie bussen van Maarse & Kroon, de oude wagen van Langhout, de grote bussen van de Citosa geflankeerd door de NZH bussen en aan het begin van dit busstation twee rijen met bussen van de Eltax. Leuk was altijd het stadstrammetje dat vanuit Oegstgeest onverstoord en druk bellend zijn weg baande tussen het voor toen al drukke verkeer op weg naar de Wilhelminabrug. Zo bleven we toen al aardig op de hoogte van de bewegingen van het openbaar vervoer in Leiden.
Na de Schuttersveldschool moest ik voor enige tijd naar de Ambachtschool nabij de Morsweg. Daar had je een groot spoorwegemplacement, een soort rangeerterrein met grote loodsen van Van Gend & Loos. Natuurlijk was dat een gebied waar veel te zien was maar owee als je daar gezien werd dan had je de poppen aan het dansen.!

Links de statige Ambachtschool nabij het rangeerterrein van Van Gend & Loos. Dan een foto van de Breestraat, smal, gevaarlijk maar een begrip. Dan zien we een stadstrammetje aan de halte van de Zeemanlaan met op de achtergrond de statige Petrus kerk en als laatste een tram op weg richting Den Haag ter hoogte van de halte Tomatenstraat.

Hoe vulden we onze vrije tijd.? Naast het buitenspelen was er eigenlijk niet veel. Eens in de week naar het badhuis want een douche hadden we niet laat staan heet stromend water. De tobbe was het middels om te baden. Maar langzaam maar zeker kwam het zwembad in beeld want ook in die tijd werd een zwemdiploma als een “must” gezien. Je had het openlucht zwembad De Zijl, op enige afstand gelegen van de Spanjaardsbrug. Om daar naartoe te komen was je afhankelijk van mooi weer en de fiets. Toch hebben we heel wat middagen in dat bad kunnen doorbrengen. Zwemmen was in die tijd best “in” te noemen. Bijna wekelijks was het zwemmen geblazen in dan met name in de Overdekte aan de Haarlemmerstraat. Het zwembad was in de oude Mon Pèrekerk1 ondergebracht wat later tot dit zwemparadijs was aangepast. Er waren aan weerzijden van het hoofdbad badhokjes aangebracht, er was een kikkerbad met aan een zijde een muurtje met een prachtig aquarium stikvol met exotische vissen, er waren warme douches en een hokje waar je snoep kon kopen. Waar eens het koor was, waren nu hoog boven het hoofdbad badhokjes en douches aangelegd.
Een belangrijk onderdeel in mijn leven: geheel links de Mon Perekerk aan de Haarlemmerstraat. De foto ernaast zien we de omgebouwde kerk tot zwembad. Met de ‘Gele tram’, die bij het zwembad een eind- beginpunt had was een vervoermiddel. Rochts een fraaie foto van het interieur van het zwembad de Overdekte met een vrouwelijk gezelschap.

De kerk werd in 1934 eerst omgebouwd tot een zwembad, de Overdekte, en later helemaal afgebroken. Nu staan er woningen.
(Zwemmen was ook een sport die door veel leden werd beoefend. Het beperkte zich niet alleen tot wedstrijdzwemmen, ook het duiken naar drenkelingen en reddend zwemmen waren onderdelen van de oefeningen. Zomers werd gezwommen in de 'De Zijl' waar de leden vrij entree hadden op vertoon van hun lidmaatschapskaart. Tot de opening van het overdekte zwembad aan de Haar­lemmerstraat (in de voormalige Mon Pèrekerk) werd in de win­termaanden gebruik gemaakt van het overdekte zwembad 'de Regentes' in Den Haag. Niet alleen onderlinge wedstrijden werden gestreden, al spoedig deed men mee op nationaal niveau. Bekend waren de wedstrijden tussen de zwemploeg van de politie met M. van Hilten en J. Barends tegen een ploeg van de Noord-Zuid-Hol­landsche Tramweg Maatschappij - NZHTM).
De Overdekte was een fantastisch zwembad waar ik mijn zwemkunst diverse malen met een diploma bevestigd zag worden. In de regel was het met de fiets van- en naar dit bad maar bij slecht weer kon ik dan de Blauwe tram nemen en in het centrum overstappen op de Gele tram die even voorbij het zwembad zijn eind- beginhalte had. En die Haarlemmerstraat had naast de uiterst beperkte ruimte toch iets heel aantrekkelijks. Zo had je daar tegenover het zwembad de speelgoedwinkel van Van Brussel. Daar hebben we dan ook heel wat tijd doorgebracht met onder andere het maken van een verlanglijstje voor het Sinterklaasfeest. Niet ver van het bad had je een viswinkel genaamd “3 vissers”, hoe toepasselijk.

En… dit is het toch. Een uithangbord van de speelgoedwinkel van de firma Van Brussel, een ongekend domein. Verder een mooie foto van een HTM tram op de smalle baan in de Haarlemmerstraat. Geheel recht een foto van de viswinkel de 3 Vissers waar we onze patat frites kochten.

Nu kwamen we daar niet om vis te kopen, maar het was de eerste winkel die patat frites verkocht. Tot op heden kan ik me nog de smaak van deze patat herinneren. Het was namelijk gebakken in het visvet waardoor een bijzondere smaak zich losmaakte en natuurlijk overheerlijk was zeker nadat je geheel door het zware chloorwater van het zwembad totaal verschrompeld was. En… het hoeft geen verdere uitleg te vertellen hoe druk het daar was als het zwembad uitging.!
Er was nog een plaats waar we als waterratten te keer konden gaan, namelijk bij en onder de stalen spoorbrug nabij de Nieuwe Vaart (Vliet). Ook dit was voor ons jongeren een zwemdomein. Onder deze ijzeren brug hoorde je bij regelmaat het zware gedender van de passerende trams van de NZH, die van- en naar Den Haag en/of Leiden reden. Het leuke was als een trambestuurder ons zag hij dan de zware fluit gebruikte. Zwemmen was daar bepaald niet zonder gevaren omdat het drukke vaarwegen betrof. De beroepsvaart met hun grote schepen wisten we snel uit de weg te geraken maar de diverse vletten van tuinders en boeren die hun waren vervoerden waren het grootste gevaar. De meeste schippers van deze vaartuigen hadden nog geen motor en boomden hun scheepjes. Dit waren lange houten palen die ze via de bodem van het water, lopend over het dek hun vaartuig voortbewogen en daardoor bijna geen geluid maakten. We hebben er heel wat uurtjes doorgebracht, op de oever zittend met een opwindbare grammofoon muziek makend en kijkend naar de schepen en trams. Al van verre kon je het geluid van een passerende tram over de stalen brug overduidelijk horen.
Drie voor mij sprekende foto’s. Links de trambrug over de trekvliet waar we vele uren hebben vertoefd. In het midden de gevaarlijke kruising van de tram met de treinbaan. Rechts een beeld van het interieur van de NZH garage aan de Rijnsburgerweg met de Crossley en de bolramer-bussen (die vertrouwde stadsbusjes) zoals destijds een bekend verschijnsel in Leiden.

Na de Ambachtschool moest ik naar de Mulo in Voorschoten. Zoals al eerder geschreven was er niet ver van mijn ouderlijke woning diverse in het oog springende objecten. De trambaan met de bijbehorende halteplaatsen, een spoordijk omgeven met hoge bomen en afgezet door sloten. Vooral dat laatste was ons domein natuurlijk, de hoge bomen om in te klimmen, slootjes springen en dan met een nat pak naar huis om de gebruikelijke straf te krijgen. Ook de statige Petruskerk had een plaatsje in onze opvoeding. De Kapelaan, een toffe peer, wist altijd spannende verhalen te vertellen over zijn tijd in de missie. De op touw gezette acties om zilver papier op te halen voor de negertjes in Afrika en veel meer van dat soort zaken. De klokkentoren was een pracht plaats die ons dan werd getoond en vanuit daar kon je over heel Leiden kijken. De halteplaatsen waren altijd plaatsen waar onze aandacht naar uit ging. Een cent op de rails leggen, wachten tot de nodige trams waren gepasseerd en dan kijken wat het resultaat was geworden. Als de cent groot genoeg was kon je pronken naar de rest van de jeugd.!
Zoals we al eerder memoreerde was niet ver van ons huis de beruchte spoorwegkruising tussen de trein en tram. Het was een gevaarlijke kruising waar in het verleden nog wel eens wat gebeurde. Als jeugd was het een zonde om er dicht in de buurt te komen. Menig keer hebben we op afstand de passerende trams- en treinen voorbij zien razen. Menig keer hebben we staan kijken bij de bouw van het viaduct en bijbehorende station. Enorme bedrijvigheid was het met op stoom aangedreven heimachines, de vele zandwagens enz. Het heeft ook heel wat oponthoud gegeven alvorens de bouw van dit station tot een goed einde was gebracht.!

Eigenlijk hebben we bij deze foto’s geen commentaar. Toch willen we zeggen dat deze veel zeggende foto’s beelden zijn die nimmer verloren zullen gaan. Een tramtijdperk werd hier in brand gestoken met achterlating nog enkele souvenirs die in diverse musea voor ons te bezichtigen zijn.

Maar goed, de Mulo in Voorschoten. Dat was wel dagelijks met de tram heen en weer en juist in die tijd was de NZH bezig met de verbussing. Het was de tijd dat “onze” trams op doodspoor kwamen te staan en zonder pardoes in brand werden gezet. Ik zal er verder niet meer over uitwijden, maar een ding staat me nog zo duidelijk voor de geest iets dat nooit meer zal verdwijnen. Die busrit met een type 4100 naar Voorschoten, we wisten dat die trams er stonden, maar dat we toen geconfronteerd werden met die grote zwarte rookwolken is iets dat je nimmer meer zal vergeten. Zo eindigde ook het schoolleven, de militaire dienst stond aan de voordeur. Het was wachten geblazen tot de kaart van de Burgemeester in de brievenbus viel voor de vervulling van de dienst als dienstplichtige…..

De oude busbedrijven als wel de bekende trams moesten plaats gaan maken voor autobussen van NZH en Westnederland. Nimmer zullen we de Maarse & Kroon bussen meer in de Haarlemmerstraat tegen komen en niet erg lang zullen de nieuwe Eltax bussen (rechts) in Leiden nog hun vleugels kunnen uitslaan.

Het Leidse stadsbeeld veranderde langzamerhand, de Eltaxbussen hadden plaats moeten maken voor de wagens van de NZH. Op oude bussen werden vervangen voor wat moderner materieel en tegenwoordig als je op het Leidse station rondloopt is het moeilijk om terug te kijken van wat waar ooit heeft gestaan.! En zo eindigen we dus weer een stukje jeugdsentiment waarin de bus- en tram zeer centraal stonden.

Langzaam maar zeker verdwijnen de sporen uit onze jeugd. De bussen van de NZH en Westnederland hebben het domein in bezit genomen. Grote verbouwingen- en vernieuwingen hebben plaats gevonden en ook het oude station heeft plaats moeten maken en zien we nog bussen van Connexxion rijden.

Bart R.

Voor mensen die naar vroeger tijden zoeken: Mijn Vader dus een Rijnhout, zijn vader was een Politieman in Leiden. Die was weer getrouwd met een vrouw met de naam Vliet Vlieland.

Bart R. en zijn schooljaren..

Als het einde van je loopbaan in het zicht begint te komen, schieten ook daarmee de herinneringen van vroeger jaren als paddenstoelen uit de grond. We hebben al wat verhalen op de website staan, beginnende bij Bart R……, die we hebben kunnen lezen waarbij tal van herinneringen de revue passeren. Ditmaal hebben we bijzondere verhalen over die jaren, namelijk de periode van de schooljaren. Via de bijgeplaatste foto’s zullen we ook de sfeer van destijds naar voren halen zodat het met name voor de ouderen onder ons wel heel bekende beelden zullen zijn die ons weg laten meimeren naar vroeger: ‘een tijd waar alles beter was dan nu….’. Maar is dat nu eigenlijk wel waar.?

In die jaren, we spreken nu (1955/1960 - 2008) bijna 50 jaar geleden, hadden we het als schoolgaande jeugd bepaald niet breed. Hoewel de oorlog al enkele jaren achter ons lag, was er in die tijd niet ‘ de welvaart ‘ zoals velen die kennen. De opbouw was weliswaar in volle gang en had de watersnoodramp van 1953 nogal wat lelijke plekken achtergelaten, was het voor ons jongeren best wel eens ‘het op ’n houtje bijten’ geblazen. Het was ook de tijd dat ik me heel goed kan herinneren dat mijn moeder in februari 1953 een wiegje in huis had neergezet en dat de kans bestond dat we een watersnoodwees zouden krijgen.
Bart R. in een oude HTM-bus. De foto is gemaakt in de zeventiger jaren van de vorige eeuw. Hij vertelt o.a. over heel wat oude herinneringen die allen verbinding hebben met het openbaar vervoer van destijds.

Wij als jongeren hadden niet veel, hoewel.? We hadden wel de slootjes in de buurt waar je over kon springen, de hoge bomen om in te klimmen en de bosjes waar we ‘verborgen’ hutten hadden. We hadden de blauwe tram op een straatlengte van ons huis gelegen en natuurlijk de niet weg te denken Eltax bussen. Ons vader was weer kennis met o.a. de gebroeders Van Ulden, de ondernemers van de Eltax en zodoende hoorde je nog wel eens wat er zo hier en daar ronde deed. Diverse chauffeurs van de Eltax woonden ook in onze wijk. Ook diverse NZH-bus- en trammensen hadden in de loop der jaren een goed heenkomen in onze wijk gezocht. Maar buschauffeurs van de NZH waren echter zeer dun bezaaid….op een na.!
Het was een man die in 1956 bij ons in de straat was komen wonen, iemand die met zijn gezin in dat jaar de revolutie in Hongarije had weten te ontvluchten en niet lang daarna een chauffeur op een Crossley van de NZH werd. We hadden dus iets gemeen met het openbaar vervoer van destijds.
We zullen dit verhaal daarom in delen opsplitsen. Laten we eerst beginnen met de vakanties. Natuurlijk waren we lid van een wijkvereniging wat (automatisch) inhield dat we op een gegeven moment voor een dag(en) uit, opeen werden gepakt in een gehuurde NZH-Crossley van de NZH die was komen voorrijden, om weg te brengen om voor enige tijd onze vakantie te laten doorbrengen op de heide in de buurt van Lunteren. Wel gezellig met heimwee natuurlijk, voorzien van een tas met boterhammen, een appel, enige lolly’s en een fles Riedel en diverse leuke uitstapjes. De dierentuin, een soort speelweide en nog veel meer en dat alles samen met diezelfde NZH-Crossley.!
Het geeft een goed beeld van die tijd. Een Eltax Ford-bus rijdend achter de stadstram van de NZH. In het midden een schoolklas uit die tijd, een soortgelijke klas waar Bart R. in zijn jongere jaren de nodige lessen kreeg. Rechts onze groenteboer, de heer Van ’t Zelfde achter de karakteristieke groetenwagen en paard en bijna dagelijks in de straten te zien.

Op een gegeven moment werd ik op een school geplaatst die op een steenworp afstand van het station was gelegen. Bepaald geen modern gebouw, maar het was qua openbaar vervoer natuurlijk wel een geweldige locatie. Het was een samenkomen van blauwe trams, de HTM ‘Hagenaars’ en hele ritsen bussen van veel ondernemingen. Zo reden er bussen van Langhout (NAL), Maarse & Kroon, wagens van de Citosa, de NZH en Eltax. Het was best een druk knooppunt te noemen vooral omdat achter het station van Leiden Het Academisch Ziekenhuis was gelegen. De autobus moest dus voor het schoolbezoek uitkomst bieden. Soms werd door de ouders toegestaan om met de (4de hands) fiets naar school te mogen gaan. Voor de ouders geen goed idee want het verkeer in die tijd was nou ook weer niet bepaald veilig te noemen. Zo was het mogelijk om niet ver van huis de bus te nemen naar school. Het waren die tijd de oude Ford busjes, knus, sober en rumoerig.

Op deze foto’s zien we de Ford-busjes van de Eltax, wagens die vele jaren in Leiden actief waren. Op de rechter foto, genomen voor het stationsgebouw te Leiden, zien we een Chevrolet bus met neusje en een Fordje erachter.

Het was ook de tijd dat we als jeugd in de ‘lijntjes’ moesten lopen omdat de meeste chauffeurs ook bekenden waren van onze ouders en wij dus niet veel konden uithalen.! Zo reden we vaak met deze busjes naar school v.v., soms afgewisseld door het Chevrolet-busje die een ‘neus’ had en als reserve op de lijn werd ingedeeld. Uiteindelijk was het tijd geworden dat de Ford-busjes plaats moesten gaan maken voor de fraai ogende Mercedes Benz wagens die op statige wijze door Leiden reden. Het was een leuke tijd om er op terug te kijken. Het duurde niet lang en de geruchten staken de kop op dat de Eltax door de NZH overgenomen zou gaan worden….

Voor die tijd waren deze Mercedes Benz bussen met een opbouw van Den Oudsten heel modern te noemen. We zien hier foto’s van zo’n wagen, een op de brug nabij de Douzastraat en eentje die slingerend de singel neemt. Rechts een haltebord.

Ondanks die perikelen konden we toch nog volop gebruik maken van de tram. Met moeder een dagje uit naar het statige Den Haag. Dus met de ‘Blauwe’ via het centrum van Leiden naar de Rijnsburgerweg waar we konden overstappen op de ‘Hagenaar’. De herinnering dat ik helemaal achterin een salonaanhangwagen mocht zitten staat me ruim voor de geest, wat een ervaring was dat.! Zo hebben we toch nog enige tijd gebruik kunnen maken van de tram. Zeker wanneer Leiden in het 3 oktober gedruis gedompeld was, voor het openbaar vervoer een improvisatie van de hoogste plank. Trams reden niet verder dan de grens van het centrum en de bussen reden andere routes. Desondanks blijven het dankbare herinneringen.



Maar ook aan de school nabij het station in Leiden kwam een einde. De opvolger werd een Mulo in Voorschoten. Dat betekende wel iedere dag met de tram van Leiden Lammenschans naar Voorschoten v.v. Dat waren mooie ritten, een belevenis om nimmer te vergeten. Het was ook de tijd dat de Eltax als busbedrijf ophield te bestaan en de Crossley’s en Bolramers van de NZH het vervoer gingen overnemen.

Drie fraaie beelden van de tram in Leiden. De spoorwegovergang, de tram in de Breestraat en op een punt waar het karakteristiek is te nomen namelijk nabij het Noodeinde. Zo zag Leiden er uit in mijn jeugdjaren, een geweldige tijd.!

Heel goed staat nog goed voor de geest over de route die de bus nam via de fraaie Leidse singels. Deze routes staan werkelijk nog in het geheugen gegrift. Slingerend over de smalle weg langs de fraaie singels, de oude statige gebouwen en de vele bruggen. Het was lijn, de buslijn die we ook namen om van- en naar school te komen.

Als je niet naar School hoefde en je had een rijwiel ter beschikking, dan kon het gebeuren dat we met vriendjes op pad gingen. Uitgerust met een fles ‘Exota’ en enkele dubbelgebakken puntbroodjes in de tas gingen we op weg richting station Leiden. Dat was tenslotte het domein van de trams- en bussen. Het was wel jammer dat we in die tijd geen camera ter beschikking hadden. Toch staat alles nog helder voor de geest. De vele busperrons die het station destijds kende, het opstelterrein van de trams en de diverse gebouwen rondom. Via de oude Veemarkt en Schuttersveld bereikten we het hart van het vervoer in Leiden. Zo konden we ook een blik werpen op de NZH-remise aan de Rijnsburgerweg. Dat moest achter een hek bekeken worden want toestemming om het terrein op te komen zat er voor ons niet in. Voor 10 cent kochten we dan maar een perronkaartje om op het station te komen zodat we daar de inkomende en uitgaande treinen te bekijken. Op zich was dat al een spektakel van grote orde.!

Die oude tijd weer even actueel. De Ford bussen, de stalling van de Eltax bussen aan de Zoeterwoutseweg en de bekende reclames op deze bussen als ‘Van Muiden schildersbedrijf’ en ‘ Pronk met de was van Spronk’ zijn nog wel bekend.

Hadden we dit gedeelte achter de rug dan fietsten we via de garage van de gebroeders Van Ulden naar de Zoeterwoutseweg om dicht bij de stalling te kunnen komen van de Eltax-bussen. Zo konden we veel zaken bekijken. Op de terugweg naar huis zagen we de Citosa bussen naar het ‘platteland’ gaan en bleven dan staan tot de wagens uit het zicht verdwenen en we verder gingen met onze dagdromen.

Links een leuke foto van de oude Veemarkt in Leiden waar het vaak erg druk was met handjes slaande boeren. Rechts is ook een leuke foto, het Eltax-kantoor aan het station in Leiden gevestigd in een oude bus van de ATO.
En dan komt de tijd dat de Eltax als busbedrijf ophield te bestaan. Dat was ook ‘het verhaal’ in de wijk.! Hoe moest het nu verder.? Het waren de grote bussen van de NZH die nog even naast de tram de scepter van het openbaar vervoer ter hand namen. Het was een hele ommezwaai waarbij we wel hoorden dat de meeste chauffeurs van de Eltax bij de NZH verder konden gaan. Je moest wennen aan die donkere grote bussen nu die zilver- met blauw kleurige Eltax bussen ons wijk niet meer bereden.
Wat ook nog heel duidelijk voor de geest gehaald kan worden is het feit dat we op een dag ergens in het centrum van leiden een Crossley zagen rijden met een heel vreemd uiterlijk. Bij nader onderzoek bleek het te gaan om een NZH-Crossley in een nieuwe kleurstelling. Het oude donkergroen had plaats gemaakt voor het nieuwe crème met grijs. En zoveel veranderde in die tijd niet dus viel zulke zaken snel op. Maar gezien de lopende verhalen zou deze ommezwaai de inleiding kunnen zijn voor grote veranderingen in de stad leiden.
Drie Crossley’s van de NZH. Geheel links de in Engeland gebouwde Crossley. In het midden een mooi beeld van station Leiden oude tijd, waar een Eltax bus naast een NZH wagen staat en rechts de Crossley in de nieuwe kleurstelling.
Ook waren in mijn jeugd tijden dat we als ‘broekjes’ naar de boer werden gestuurd. Niet om verse melk of kaas te halen, maar zelfs voor een week of zes te gaan verblijven. Dit kwam door het feit dat de beginjaren na de oorlog nou maar weinig voor ons jongeren te bieden hadden. Het was niet ongewoon in die tijd want al eerder verbleven we bij de ‘nonnen’ in Bunde waar we toch wel een en ander werd bijgebracht, maar dit even terzijde. Om hierbij een voorbeeldje te geven: ik kan me nog goed herinneren dat de tijd we ‘regeringsbrood’ moesten eten, een grijs soort brood dat heel weinig kostte dat we smeerden met het vet van uitgebakken spek.!

Het betekende in die tijd dat de grote schoolvakanties begonnen en die doorgebracht moesten worden bij de boer. Het werd Heelsum ergens op de Veluwe. Met zo’n 40 jongeren verbleven we daar op een boerderij, de ene groep ging door voor het doen van spellen, de andere groep voor wat meer avontuurlijke ondernemingen en de rest die het leven van de boer wilde volgen. De uitstapjes die we maakten waren voornamelijk in Heelsum, Oosterbeek en Renkum. Daar namen we wel eens de bus, veelal een Crossley met aanhanger. Op die wijze reden we dan naar Arnhem, bezochten het kasteel Doorwerth en gingen een wandeling langs de Rijn maken. Verder was de natuur daar zeer fraai te noemen en dat deden we door vele wandelingen te maken. In Arnhem zagen we de trolleybussen, een systeem dat voor ons ‘bleekneuzige westerlingen’ totaal onbekend was. Het mooie van Arnhem en omgeving waren de mooie donkerblauwe bussen, een lust voor het oog.!
En zo zagen we de bussen van destijds. Een NBM-Crossley met een verbouwde Ford-bus als aanhangwagen. Verder een nieuw fenomeen, de Trolleybussen van het GVA in Arnhem die zo geruisloos voorbij reden.
Aan deze tijd hebben we hele leuke herinneringen, sommige zullen zeggen: ‘die oude tijd…’. Het was wel zo dat wij niet onze bleke neusjes bij de boer op verhaal moesten komen en eigenlijk was dat ook wel zo. Op het land meewerken, slapen op de hooizolder en de vele uitstapjes maakten het aantrekkelijk. Zo weet ik nog heel goed het Airborne monument in Heelsum, een plek die waardig werd betreden. Het vinden van veel nog intact zijnde munitie in de grond dat tijdens het ploegen bloot kwamen te liggen. De schitterende natuur doorkruist met een beekje waar werkelijk kraakhelder water doorheen stroomde. Maar aan alles kwam een eind en de weg naar het westen lag weer open….
Drie sprekende foto’s. Het Airborne monument in Heelsum, een druk bezochte plaats. Een bus van het GVA zoals wij die zagen en het leuke busstation in Arnhem die we zagen tijdens een uitstapje.
Nu even terug naar die zo karakteristieke Ford-busjes. Er is niet veel bewaard van die wagens. Na de tweede wereldoorlog werden er op basis van door Amerika geleverde Ford-chassis, Verheul carrosserieën gebouwd en bij vele busbedrijven in dienst genomen. Slechts een busje is voor het nageslacht bewaard gebleven. Onderaan deze pagina een opzetje zoals de Stichting Veteranen Autobussen maakte kunnen we wat meer over het bewaarde exemplaar te weten komen.


Het is een oud exemplaar van het Arnhemse vervoerbedrijf GVA. Deze bus nummer 51 is in de loop der jaren prachtig opgeknapt en staat zo af en toe wel ergens te pronken. Gert en Sija wisten de wagen kort geleden op foto vast te leggen. Het is nu een tastbare herinnering geworden aan onze jeugd, naast de prachtige NZH-bus- en tramwagens die in Haarlem staan. Over HTM-rijtuigen niets dan goeds, daar zijn er gelukkig nog genoeg voor museumdoeleinden beschikbaar.
Niet lang geleden stuurde iemand leuke foto’s toen van een Mercedes bus ergens op een camping. Direct konden we zien dat het ging om een oude Eltax Mercedes die kennelijk de tijd heeft overleefd en als camper nog steeds door het leven gaat.


Zo eindigt toch weer een stukje geschiedenis dat beslist niet vergeten mag worden en dat ouderen onder ons wel zal aanspreken.

1947: Een oude Ford bus behouden

merk Ford, type 59B.

carrosserie Verheul
bouwjaar 1947
kenteken NB-51-98
zitplaatsen 26
soort bus Stadbus
naar SVA 1972
werkgroep Apeldoorn-Arnhem
vorige eigenaar GVA 51 (ex 58)
inzetbaarheid Deze bus is momenteel rijvaardig.

De geschiedenis van deze bus

Na de 2e wereldoorlog was er een groot tekort aan busvervoer in Nederland. Nederland importeerde in 1946 500 Ford-buschassis. Ruim 100 stuks kwamen in dienst bij NS dochterondernemingen. De overige bij particuliere ondernemers en (middel) grote steden. Diverse carrosseriebedrijven bouwde de carrosserie. De Arnhemse stadsbus nr. 58 is gebouwd door Fokker. Fokker bouwde in licentie deze bus daar de productie capaciteit te klein was om het Nederlandse autobus wagenark weer op volle sterkte te brengen. Door de oorlog waren er immers vele bussen vernietigd of meegenomen door de Duitse bezetter. Fokker bouwde de bus in licentie voor Verheul. Fokker, bouwde niet als enige vliegtuigbouwer bussen. Ook Aviolanda en De Schelde bouwde bussen. De 58 is een Ford trambus met een carrosserie ontwerp van Verheul. De bus is in 1946 in dienst gekomen op de stadsdienst van Arnhem. Arnhem had voor de tweede wereldoorlog een vervoer van trams en bussen. Na de WO2, in 1946, besloot men over te gaan op trolley bussen en behield men ook de bussen. Na een verbouwing in bedrijf genomen met wagenparknummer 51. Totaal beschikte vervoersbedrijf over 14 bussen van dit type waarvan 8 met een carrosserie van Verheul en de resterende van Jongerius. Na zijn actieve leven op de stadsdienst heeft deze bus als lesbus gediend voor chauffeurs en als reserve in Arnhem. Daarna werd deze omgebouwd tot jeugd biblio bus. In 1972 kwam de bus naar de SVA en werd daar gerestaureerd. Samen met de door de SVA bewaarde trolleybussen houd deze bus de historie van Arnhem in leven.

Bart R, en diverse vrienden